Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Foto bij blog God is goed

Het stockholmsyndroom van ‘God is goed’

Een reactie plaatsen

“Soms voel ik me bij God als een hondje dat steeds weggeschopt wordt, maar toch achter zijn baasje aan blijft lopen.”

Dat schreef ik een aantal jaar geleden in mijn dagboek, in een tijd dat mijn relatie met God een stuk donkerder was dan nu. Er is flink wat veranderd sinds die tijd. Maar niet alles.

Een van de dingen die is veranderd, is dat ik elke dag probeer te beginnen met hetzelfde gebed. Vroeger bij mijn gebedskaars, tegenwoordig gewoon aan het begin van de dag. Het begint met: Jahweh, aan het begin van deze dag belijd ik dat je volledig licht bent en in jou geen spoor van duisternis is.

God is namelijk

volledig licht. In Hem is geen spoor van duisternis (1 Johannes 1:5). God is volmaakt licht. God is volmaakt liefde. God is volmaakt goed. Alles wat God doet, wil, verlangt is volledig gericht op het goede en volledig gericht op de bloei van zijn schepping. En daarmee op mijn bloei.

Happy clappy

Ik: “God is good… ”

En dan roepen jullie uitzinnig: “… all the time!”

Ik: “All the time…”

Jullie: “… God is good!”

Ik hou hier dus helemaal niet van. Ik krijg kromme tenen van ‘God is goed’ en ‘God heeft het beste met je voor’. Het voelt voor mij vaak te veel als happy-clappy-kop-in-’t-zand-de-boze-wereld-buitensluiten-christendom.

Vaak strijd ik namelijk met God. Vaak weet ik het allemaal niet meer. Dan vraag ik om iets zachts en omarmigs van God en krijg ik het niet. Ik voel me vermoeid en belast, maar vind geen rust als ik me uitstrek naar Jezus.

Roepen ‘God is goed!’ voelt dan als het stockholmsyndroom, waarbij in gijzelsituaties de gegijzelde sympathie krijgt voor de gijzelnemer. Volkomen onterecht en ongepast, natuurlijk. Zoals het zo ongepast lijkt om te roepen dat God het beste met je voorheeft als je geslagen door het leven gaat. Het is het stockholmsyndroom van de vrienden van Job, waar hij terecht tegen in opstand komt.

Deze zinnen klinken als holle frasen uit de monden van goedgelovige schoothondjes.

Behalve

Behalve als het geen holle frasen zijn. Uit de mond van mensen die verder zijn dan ik in hun reis met God.

Soms kost het me moeite mijn gebed te bidden en valt opeens tegelijk de zwaarte en lichtheid van wat ik bid op me. God is volledig licht. In hem is geen spoor van duisternis. Het is toch niet waar, God? Het zal toch niet waar zijn, God?

Die God waarmee ik strijd, die heeft geen spoor van duisternis. Die God van het stockholmsyndroom en van mijn dagboek blijkt niet de God van de Bijbel. Het is een godsbeeld waar ik terecht tegen in opstand kwam, dat aan me blijft plakken als veren aan pek, maar waarvan ik steeds meer schoongewassen word. Zodat ik steeds meer de geen-spoor-van-duisternis-God zie.

Hoop

Niet dat dat het makkelijk maakt. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik vaker niet dan wel antwoord krijg op gebed. Ik weet nog steeds niet hoe de zachte schouder van God voelt. Ik heb nog steeds maar zelden rust in Jezus. Het idee dat God dan volledig goed is, maakt het niet beter.

Wat ik wel heb is hoop. Hoop op de volledig lichte God, de God van de processen. Op volslagen liefde. God is volledig goed. God heeft volledig het beste met me voor. God zal volledig alles mee laten werken ten goede. Mijn hoofd kan er niet bij dat het waar is. Mijn hart kan er niet bij dat het klopt.

(Fotocredit: Tyler Reynolds)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.