Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

En nu kniel ik neer

Een reactie plaatsen

Ik zie mezelf als op een diaprojectie. Met elke klik-klik verschuift het beeld. Eén onderdeel blijft, links onder in beeld: een knielende figuur. De setting verschuift met elke klik-klik, de kleding verandert, degene voor wie de figuur knielt verandert ook, maar blijft hetzelfde.

Klik-klik.

Ik ben een jonge man in versleten kleren, stinkend naar schapen. Zonet werd mijn nacht ruw onderbroken en nu kniel ik neer voor een kleine, ingebakerde baby. Hij zit onder het opgedroogde bloed en huidsmeer. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben een jonge vrouw, mijn dubieuze reputatie is terecht. Zoals zo vaak kniel ik bij een jonge man en bind mijn haren los. Vandaag giet ik olie over zijn voeten en was ze en droog ze af met mijn lange haar. Het is ongepast, hij kijkt me aan. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben centurion, gewend om te bevelen. Ik heb dienst vandaag en begeleid misdadigers naar hun executie. Nu kniel ik voor een gebroken man, niet om aan te zien, volkomen naakt aan een paal. Hij leeft niet meer. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben een jonge man in versleten kleren, stinkend naar varkens. Ik ben onrein tot in mijn poriën en heb afstand gedaan van alles wat mij ooit waardigheid gaf. En nu kniel ik voor een man, ooit mijn vader. Hij probeert me overeind te hijsen, al weet ik niet waarvoor. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben niemand meer, aan het eind van mijn leven. Vervolgd, verslagen, verbannen, vergeten. Ik kniel in het dorre gras aan de rand van het water voor het beeld dat zich opdringt aan mijn gesloten ogen. Een vurige blik, onnoemelijk veel licht, kleur en geluid, een gestalte met de sterren in zijn hand. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben een wijs man, geëerd en gevierd, duider van de sterren, mensen kijken naar mij op. Met mijn kostbare gewaden, beringde vingers en zorgvuldig bijgeknipte baard kniel ik voor een peuter in een luier. Hij kan nog niet praten, maar grinnikt. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik weet niet wat ik denken moet, ik met mijn grote mond. Ik kniel voor iemand die hier niet kan zijn, die niet meer bestaat. Dit hoofdstuk van mijn leven was dood en begraven en nu steek hij zijn hand naar me uit met vierkante, dichtgegroeide littekens in zijn polsen. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben de plaag van de kerk, de beul van de mensen van De Weg. En nu kniel ik op de scherpe steentjes van de straat, naast mijn paard, gebutst, gehavend van mijn val. Ik zie geen barst, maar hoor een stem. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik wil dit niet, ik wil dit niet, ik wil dit niet. Dit gaat niet goed, ik moet hier weg, dit moet stoppen, nu. Stoppen. Nu. Voor mij knielt een man in ondergoed, een handdoek om zijn lijf, met een bak water. Hij is mijn Heer.

Klik-klik.

Ik ben een man, ik zit achter mijn laptop. Ik lees vaak over die man die ik nog nooit gezien heb, die ik me zo moeilijk voor kan stellen. Die maar niet concreet wil worden, die me steeds weer ontglipt. De baby, de peuter, de kleuter, de leraar, de stem, het licht, de stralende zon, het lam, de getroonde, het lijk, de man van mijn eigen leeftijd. Ik kniel voor hem. Hij is mijn Heer.

 

(Fotocredit: Alexander Andrews)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.