Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013


Een reactie plaatsen

Het Onze Vader geeft ons een gebed voor watjes (Onze Vader #10)

“Maak ons leven niet te zwaar.” Is dat niet eigenlijk een gebed voor watjes? We vragen in het Onze Vader of God ons niet in beproeving brengt. “Zorg alsjeblieft dat we het niet al te moeilijk krijgen.” Terwijl het Nieuwe Testament toch van alles te zeggen heeft over beproeving. In hoofdzaak dat God ons redt en beloont wie standhouden in beproeving.

De bekende tekst “God zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd” (1 Kor 10:13) gaat verder met “hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.” Verder lezen we in Jakobus dat als we de proef doorstaan, we als lauwerkrans het leven krijgen. 2 Petrus 2 zegt dat de Heer de vromen uit de beproeving kan redden.

Waar doen we dan eigenlijk moeilijk over?
Lees verder


Een reactie plaatsen

Waarom het gebed om dagelijks brood een mijnenveld is (en hoe ik daar mijn weg in zoek) (Onze Vader #7)

Deze regel uit het Onze Vader gaat over Gods zorg voor ons. Het idee dat ik over Gods zorg moet schrijven, geeft me het gevoel een mijnenveld binnen te lopen. Want wat moet ik zeggen? God zorgt. Helemaal mee eens. Ik geloof in de basis dat God voor zijn schepping en voor de mensheid zorgt. Maar, komt het verweer, hoe zit het dan met mijn problemen/mijn buurman die het leven niet aankan/onze geldzorgen/de kindertjes in Afrika?

Halve antwoorden

Is de gedachte dat God zorgt niet naïef? Helemaal mee eens. In de praktijk lijkt God vooral de blanke westerling van zijn zogenaamde beenlengteverschil af te helpen, dan de Syrische vluchteling van zijn oorlogstrauma’s. De andere kant roept dan: Maar daar zijn wij mensen voor. Schrijf je zelf niet steeds dat God zijn plan uitvoert door mensen? Wij zijn Gods zorg voor de ander. Wij moeten aan de slag. Ook helemaal waar. Wij zijn Gods plan voor deze wereld en er is geen plan B (dit is een citaat, maar ik weet niet meer van wie). Maar het is ook wel wat makkelijk, want God kan veel beter ingrijpen dan wij.

Lees verder


Een reactie plaatsen

2 redenen waarom de hemel me niet zo boeit (Onze Vader #2)

En dan de hemel. Vorige week schreef ik over de woorden Onze en Vader. Jezus vervolgt dat die vader van ons in de hemel is. Je weet wel, hemel. De plek waar God woont met engelen en mensen die al overleden zijn en graag bij Hem waren. Als ik denk aan de hemel, boeit dat idee me niet zo, maar waarschijnlijk ben ik daarin verpest door alle slechte voorstellingen met wolken, harpjes en mollige kindertjes met vleugeltjes. En een grote gouden poort.
Lees verder


4 reacties

Hoe Jezus in twee woorden God framet in het kader van relaties (Onze Vader #1)

Als kind probeerde ik soms het Onze Vader zo snel mogelijk op te zeggen. Als de preek lang duurde, kon ik dankzij mijn nieuwe horloge met secondewijzer heel wat testjes doen. Zo heb ik in de kerk ontdekt dat ik in twee seconden het alfabet kan opzeggen (niet hardop, maar gefluisterd!) en kon ik op een gegeven moment twee minuten mijn adem inhouden (het idee is om zo stil mogelijk te blijven zitten en zo lang mogelijk te wachten met op de klok kijken). En het Onze Vader kreeg ik er ook snel uit. Tien seconden, om precies te zijn.

Dit is een eerste blog in een serie over het Onze Vader (officieel schrijf je Onzevader, maar dat vind ik niet mooi). Er is al onnoemelijk veel over geschreven vanuit veel verschillende perspectieven, door heel veel verschillende mensen. In deze serie daarom geen Bijbelstudie, achtergrondzoektocht, bronnenanalyse, verklaringen of uitleggingen. Dat is eerder al veel beter gedaan.
Lees verder


Een reactie plaatsen

Ik fantaseer verhalen bij mensen die ik niet ken – maar er is een addertje

Langs mijn huis lopen veel mensen. Veel zijn op weg naar het station of net van de trein gestapt op weg naar hun bestemming. Leerlingen op weg naar de MBO verderop, in luidruchtige groepjes, die ’s middags weer teruglopen naar het station. Af en toe iemand die bij ons huis al besluit nu echt te moeten gaan rennen om de trein te kunnen halen. Elke ochtend rond half acht klikklakt iemand op hakken langs, met een flinke bak koffie in wat een kartonnen koffiebeker met deksel lijkt, maar eigenlijk van plastic is. We noemen haar de coffee lady. Rond kwart over acht fietst de buurman met de buurjongens voorbij op weg naar school. Vanmorgen hoorde ik hem tegen de jongste zeggen dat het vandaag zijn laatste dag groep 5 is.

Wie die mensen zijn? Ik ken ze niet (behalve de buurman dan). Lees verder


Een reactie plaatsen

Advent is ook: Jezus verwachten in het nu

We vieren advent vaak met de blik naar het verleden of naar de toekomst, maar advent heeft ook een sterke betekenis voor het nu. Advent betekent komst en draait in de kerkelijke traditie om de laatste vier zondagen voor kerst. Het is een periode van verwachting, waarin gelovigen zich voorbereiden op het feest van de geboorte van Jezus, zijn geboorte herdenken en vooruit kijken naar zijn terugkomst op aarde. Het verleden en de toekomst dus. Maar wat betekent advent voor het nu, voor het heden, de tijd en de wereld van nu en het leven dat we nu leven?

Lees verder

Man bidt in lege kerkbanken


Een reactie plaatsen

Waarom mijn gebeden veel te vaak geneuzel zijn

Soms hoor ik mezelf bidden. Dan hoor ik woorden uit mijn mond stommelen en denk ik: wat een geneuzel! Dan zeg ik dingen als: ‘Dank u voor deze ochtend en wilt u ook een goede middag nog geven.’ Of ‘We bidden dat u een gezellige avond geeft.’ Of ‘Wilt u de mensen die hier niet zijn ook een goede tijd geven?’ Geneuzel! Ik zemel dan maar door in krachteloos ge-‘wilt U dit’ en ge-‘wilt U dat’ en ondertussen vraag ik me af: is dit nu wat gebed zou moeten zijn? Steeds maar weer vragen of het goed en gezellig mag zijn. Waar is God in mijn gebeden? En waar ben ik zelf in mijn gebeden? Het is een persoonlijke frustratie, maar wel eentje waarvan ik het idee heb dat ik niet de enige ben. Lees verder


Een reactie plaatsen

Waarom God je geen insect maakt als je bidt

De Griekse mythologie kent het tragische verhaal van Tithonus. Tithonus was de zoon van koning Laomedon van Troje, de stad die een generatie later verwoest werd na de list met het houten paard. Tithonus was schoon van uiterlijk en al snel werd Eos, de godin van de dageraad, verliefd op de knappe sterveling. Ze wilde hem, maar besefte dat zijn sterfelijkheid hem ooit weer van haar af zou nemen. Eos smeekte oppergod Zeus en vroeg hem Tithonus onsterfelijk te maken. En zo geschiedde.

Lees verder