Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Tuin bij verhaal Goede Vrijdag

De metselaar en de binnentuin [kort verhaal]

5 reacties

Vandaag is Goede Vrijdag. Voor deze gelegenheid plaats ik niet een blog zoals normaal, maar heb ik een verhaal geschreven. Het is inmiddels traditie.

De metselaar en de binnentuin

“En dit …” De Boodschapper schoof twee grote doorschijnende deuren open, waarachter warmgeel licht en heldergroen flonkerden. “… dit is de binnentuin.” De man stapte langs de Boodschapper naar buiten en werd omvat door een geurige deken van groen. Midden in het complex lag deze tuin, met cipressen die uit plukjes struiken opstaken, omhangen met klimplanten, naast perken met bloemen in alle kleuren van een over de heuvels ondergaande zon. Bijen zoemden rond. Tegen de muur tegenover hem zag de man de korven staan. Paadjes kronkelden tussen de struiken en perkjes door, op zoek naar de grasveldjes waar ze onvermijdelijk op uitkwamen. De geur van hars, van bloemen, van gras en overal dat warme licht.

De man snoof diep en zuchtte. “Denk je dat het hier uit kunt houden?” vroeg de Boodschapper met een kleine glimlach om zijn mond, die verried dat hij het antwoord al wel wist. De man antwoordde met een aarzelende lach. Hij keek om zich heen en dacht terug aan de rondleiding die hij had gehad. Door de zalen, gangen, hallen, zuilengalerijen van dit gebouw; elke hoek, elke el, elke steen en elke voeg nodigde uit tot leven en zijn.

***

“Het is hier leeg,” zei hij. “Klopt,” antwoordde de Boodschapper. “Je bent de eerste.” Dat snapte de man niet. “De eerste hier,” met zijn vinger wijzend op de plek waar hij stond, “of de eerste hier?” Zijn arm zwaaide richting het land achter de muren van het gebouw. “Nee, de eerste in dit nieuwe huis. We dachten deze gelegenheid te markeren met nieuwe woningen.” De Boodschapper glimlachte. “Nee, je bent zeker niet de eerste in het land.”

De man liet zijn blik weer over de binnentuin glijden. Snoof weer diep, een zucht, een diepere dit keer. Hij schuifelde met zijn schoenzolen in het zand. Schraapte zijn keel. “Ja, ik zal het hier prima kunnen uithouden, zeker. Dankjewel.” Hij hoorde zijn eigen stem aarzelen. “Ik, eh… Ik ga ervan uit dat ik hier niet vaak zal zijn? Ja? Ik bedoel, ik zal toch vooral op mijn kamer moeten blijven. Zo werkt dat.”

De Boodschapper keek hem vreemd aan. “Zo werkt het toch,” vroeg de man. “Het is mooi, hoor, echt waar. Maar het is toch gewoon een… een gevangenis? Ik zou het alleen fijn vinden als ik af en toe hier mag wandelen. Misschien bij goed gedrag?” De ogen van de Boodschapper keken indringend in die van de man. Die zuchtte weer. “Ach ja, ik weet het ook wel. Ik dacht, ik vraag het. Uitzicht op deze tuin is ook mooi. Misschien moeten we nu maar naar mijn cel gaan.”

***

Voordat de man zich om kon draaien voelde hij de zware hand van de Boodschapper op zijn schouder. “Vriend, dit is geen gevangenis. We gaan niet naar je cel. Dit, dit gebouw hier om je heen, is voor jou. En voor velen die na je zullen komen.” Nu bewoog de arm van de Boodschapper zich naar het land achter de muren. “Dit land is ook van jou. Je zult nieuwe huizen bouwen, hier, als je dat wilt. Het land leren kennen. Je kunt reizen, als je dat wilt. Jij hoort hier. Je bent vrij.”

Een vragende blik van de man. “Dat volg ik niet. Ik ben een veroordeelde moordenaar. Ik heb onschuldig bloed genomen. De doodstraf was terecht, omdat ik niet anders kon dan bekennen dat ik schuldig ben.”

De Boodschapper kneep licht in zijn schouder, trok zijn hand terug en sprak nadrukkelijk, kijkend of zijn woorden aankwamen. “Ik weet niet wat je hebt gedaan. Ik weet wel wie je bent. Dat je van metselen houdt, dat je een bouwer bent, creatief en vaardig. Dat kun je blijven doen, hier, als je dat wilt. Ik weet dat je de eerste bent. Je bent ook de eerste die persoonlijk hier is uitgenodigd. Er zijn er niet veel die dat kunnen zeggen.”

***

Achter hen schoof een van de deuren weer open. Een man stapte de binnentuin in en schoof de deur achter zich dicht. Hij snoof diep en zuchtte. Zijn stem klonk, warm als het licht en geurig als het groen. “Daar ben ik dan eindelijk. Ik ben een paar minuten later; ik werd veertig dagen opgehouden. Hoe vind je het in mijn land?”

De metselaar draaide zich om en zag een uitgestoken hand. De stem ging door: “Kom, nu zal je met mij in het paradijs zijn. Zoals beloofd.”

 

(Fotocredit: Florian Giorgio)

5 thoughts on “De metselaar en de binnentuin [kort verhaal]

  1. Mooi, Matthijs!
    Bedankt dat je mij en vele anderen zo vaak ‘op verhaal brengt’…
    Ik kan me heel goed indenken wat jíj straks gaat doen, in dat nieuwe land…
    Maar: je bent vrij hè 😉

    Een Goede (be)Vrijdag gewenst!

    • Dankjewel voor je reactie!
      Ik wil in het nieuwe land heel graag een biertje drinken met Lewis en Tolkien…

      • Dat kan ik me heel goed voorstellen!
        En dan drink ík graag een wijntje met Toon Hermans.
        Goh, dat nieuwe land begint steeds aantrekkelijker te worden… 🙂

  2. Fijn dat je er bent vanmorgen Matthijs!
    Hoopvol…dat dingen uiteindelijk weer heel en genezen worden.
    In een Leven na de dood.
    Omdat Jezus dat wil…

    • Mijn leidinggevende bij Athletes in Action vroeger zei altijd: Wij zijn geen hulpverleners, maar hoopverleners. Mooie uitspraak, die ik altijd onthouden heb.
      Bedankt voor je comment!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *